Opvullegaat en renteclausule: de keuzes van je partner
Laatst bijgewerkt: 14-10-2026
Het opvullegaat is een keuze die je partner pas na jouw overlijden maakt. Samen met de renteclausule bepaalt die keuze hoeveel erfbelasting je kinderen betalen.
Het belangrijkste in het kort
- In je testament staan je kinderen voor 99 procent als erfgenaam en je partner voor 1 procent. Dat is een vertrekpunt, geen eindresultaat.
- Met het opvullegaat kan je partner daarna zoveel naar zich toe halen als gunstig is — of niets.
- De renteclausule is de tweede knop: je partner kiest een rente tussen 0 en 6 procent op de vordering van de kinderen.
- De tweetrapsclausule op dat legaat is de derde. Die drukt niet alleen de erfbelasting, maar beschermt het bedrag ook als je partner hertrouwt of in een verpleeghuis komt.
Je slaat je testament open en leest dat je kinderen samen voor negenennegentig honderdste deel erven en je partner voor één honderdste. Dat schrikt. Krijgt je partner dan bijna niets?
Het tegendeel is waar. Je partner krijgt alle goederen in handen en mag daarna zelf bepalen hoeveel van de erfenis op zijn of haar naam komt te staan. Die ene procent is geen uitkomst maar een startstand, en in je testament zitten de knoppen om hem bij te stellen.
Je partner erft 1%, je kinderen 99%: hoe kan dat? · 2:18
Waarom staan je kinderen op 99 procent?
Omdat je achteraf alleen maar kunt verlagen, niet verhogen. Door de kinderen hoog te zetten houdt je partner de volle ruimte om na jouw overlijden precies de verdeling te kiezen die dan het gunstigst is. Stond het andersom, dan zat je vast aan een lage startstand.
Op jouw nalatenschap is daarbij de wettelijke verdeling van toepassing. Dat betekent dat je partner alle goederen krijgt: het huis, de bankrekeningen, de auto. Je kinderen krijgen geen spullen maar een geldvordering op je partner, die pas opeisbaar is als ook je partner overlijdt. Je partner kan dus gewoon in het huis blijven wonen.
Welke knoppen zitten er in je testament?
Drie, en ze worden allemaal pas na het eerste overlijden bediend. Dat is precies de bedoeling: op dat moment is bekend hoe oud je partner is, hoe groot het vermogen is en hoe de tarieven er dan voor staan.
- Het opvullegaat — in je akte staat het als "aanvullend legaat partner". Je partner mag een bedrag naar zich toe halen dat ten laste komt van de kinderen, waardoor hun vordering kleiner wordt. Dat legaat kan helemaal worden aanvaard, gedeeltelijk, of helemaal niet.
- De renteclausule — je partner stelt zelf een rente vast op de vordering van de kinderen, tussen 0 en 6 procent samengesteld. Die rente groeit mee en telt bij het tweede overlijden als schuld.
- De tweetrapsclausule — staat die erin, dan houdt je partner het opgevulde bedrag tijdens zijn of haar leven, en gaat wat daarvan over is bij dat tweede overlijden naar de kinderen als verkrijging van jou. Die clausule doet nog iets anders, en dat lees je verderop.
Hieronder gaan we ze één voor één langs. Ze grijpen op elkaar in, dus de volgorde doet ertoe: wat je bij de ene knop kiest, bepaalt wat de andere nog oplevert.
"Ik merk dat mensen schrikken van die ene procent. Maar je moet het lezen als een schuifregelaar die helemaal naar links staat. Je partner schuift hem na jouw overlijden naar de stand die dan het beste uitpakt, met informatie die jij vandaag nog niet hebt. Dat is geen onzekerheid, dat is ruimte."
Notaris mr. Bart Lever Partner van Thuisnotaris
Hoe werkt het opvullegaat precies?
Het opvullegaat is een legaat aan je partner van een bedrag dat zo groot is dat de vrijstellingen van iedereen optimaal worden benut. Je partner beslist of het legaat wordt aanvaard en voor welk deel. Het legaat wordt verrekend met de geldvorderingen van de kinderen, die daardoor kleiner worden. De erfdelen zelf veranderen niet.
Bij het bepalen van dat bedrag speelt één ding mee dat in de praktijk vaak misgaat.
Let op: het bedrag op papier is niet het bedrag dat telt
De vordering van je kinderen wordt voor de erfbelasting lager gewaardeerd dan het bedrag dat erop staat. Ze moeten er immers jaren op wachten. Bij een partner tussen 70 en 75 jaar telt de vordering nog maar voor 58 procent mee.
Wil je een kind fiscaal precies op de kindvrijstelling van € 26.230 laten uitkomen, dan laat je dus een vordering van € 45.224 staan — niet € 26.230. Wie het legaat op € 26.230 afstemt, laat per kind bijna € 19.000 aan onbelaste ruimte liggen.
Die 58 procent hoort bij een partner tussen 70 en 75 jaar. Is je partner jonger of ouder, dan geldt een ander percentage — hoe jonger je partner, hoe langer de kinderen moeten wachten en hoe lager de vordering telt.
Let op: deze afwaardering geldt alléén als er géén rente wordt afgesproken. Kiest je partner voor rente, dan telt de vordering voor het volle bedrag mee en betalen de kinderen bij het eerste overlijden meer. Dat is geen fout — ze verdienen het bij het tweede overlijden ruimschoots terug. De twee knoppen hangen dus samen en je kunt ze niet los van elkaar instellen.
Meer informatie vind je hier: op de pagina over het opvullegaat staat de volledige tabel met het percentage per leeftijd. Lees dit artikel eerst uit — de drie bepalingen grijpen op elkaar in, en los bekeken geeft elk bedrag een vertekend beeld.
Wat doet de renteclausule?
De renteclausule laat de vordering van je kinderen groeien, tot maximaal 6 procent samengesteld per jaar. Bij het tweede overlijden telt die opgerente vordering als schuld van je partner. Hoe groter die schuld, hoe kleiner de nalatenschap waarover je kinderen dan erfbelasting betalen. Over de rente zelf betalen ze niets.
Je partner legt de gekozen rente vast in de aangifte erfbelasting en kan die ook samen met de kinderen afspreken. Hoe langer je partner na jou leeft, hoe groter het effect. Let op het moment: een renteafspraak die te laat wordt gemaakt of niet in de aangifte staat, kan door de Belastingdienst als schenking worden gezien en telt bij het tweede overlijden dan niet mee als schuld.
Meer informatie vind je hier: op de pagina over de renteclausule staat uitgewerkt hoeveel een rente van 6 procent scheelt bij tien, twaalf en vijftien jaar tussen beide overlijdens. Handig als je partner die keuze straks moet maken — nu hoef je er nog niets mee.
Waarom de tweetrapsclausule belasting scheelt: twee potjes
Van de drie knoppen is de tweetrapsclausule de lastigste om te zien. Eén beeld maakt het meteen duidelijk. Na het eerste overlijden staat het vermogen in twee gescheiden potjes, en bij het tweede overlijden krijgt elk potje zijn eigen tariefschijf van 10 procent, tot € 158.669 per potje.
| Potje | Wat erin zit |
|---|---|
| Van jou | Het bezwaarde deel: het bedrag dat je partner via het opvullegaat naar zich toe heeft gehaald. Je partner mag het gebruiken, maar wat ervan over is gaat bij het tweede overlijden naar de kinderen — en telt dan als erfenis van jou. |
| Van je partner | Het eigen vermogen van je partner, plus alles wat er daarna nog bij komt. Telt bij het tweede overlijden als erfenis van je partner. |
Zonder die clausule vloeien de twee potjes bij het tweede overlijden samen tot één nalatenschap. Alles komt dan in één verkrijging per kind, en juist dat duwt een deel van het bedrag in de schijf van 20 procent. Met de clausule reken je twee keer af over een kleiner bedrag, elke keer vanaf de onderste schijf.
Let op wat hier níét gebeurt: de kindvrijstelling van € 26.230 komt er geen tweede keer bij. Die geldt één keer per overlijden, en voor jouw nalatenschap is hij al gebruikt bij het eerste overlijden. Het hele voordeel van de clausule zit dus in het tarief, niet in de vrijstelling.
Hoe groot dat voordeel is, hangt af van het aantal kinderen
Het hele fiscale voordeel van de clausule bestaat uit het vermijden van die 20-procentsschijf. Blijft elke verkrijging toch al onder € 158.669, dan valt er niets te vermijden. Bij een vermogen van € 500.000, een partner van 72 en vijftien jaar tussen beide overlijdens:
- 1 kind — € 15.867 voordeel
- 2 kinderen — € 3.975 samen, oftewel € 1.988 per kind
- 3 of meer kinderen — geen fiscaal voordeel
Heb je drie kinderen, dan staat de clausule dus niet in je testament om belasting te besparen, maar om het bedrag te beschermen. Dat is de reden die hieronder staat, en die geldt ongeacht het aantal kinderen.
Wat leveren de knoppen samen op?
Een voorbeeld maakt het concreet. Stel: een echtpaar met een gezamenlijk vermogen van € 500.000 en twee kinderen. De eerste partner overlijdt als de ander 72 is. De langstlevende overlijdt vijftien jaar later en het vermogen is in de tussentijd gelijk gebleven.
| Stand van de knoppen | 1e overlijden | 2e overlijden | Totaal |
|---|---|---|---|
| Legaat niet aanvaard, geen rente | € 9.109 | € 20.004 | € 29.113 |
| Opgevuld tot de vrijstelling, geen rente | € 0 | € 39.685 | € 39.685 |
| Idem, mét tweetrapsclausule | € 0 | € 35.709 | € 35.709 |
| Idem, mét tweetrapsclausule én 6% rente | € 3.799 | € 23.608 | € 27.407 |
Tussen de duurste en de goedkoopste stand zit € 12.278. Twee dingen vallen op. De stand die bij het eerste overlijden nul euro kost, is over twee overlijdens gerekend juist de duurste. En de stand die wél meteen geld kost — € 3.799 — pakt uiteindelijk het gunstigst uit.
Daar zit meteen de afweging die geen rekenmodel voor je maakt: kán je partner die € 3.799 betalen? Zit het vermogen vast in het huis, dan is uitstellen soms belangrijker dan optimaliseren. Daarom staat de keuze open en ligt ze niet vast in je testament.
Over deze bedragen
Dit is één rekenvoorbeeld met de tarieven van 2026, bedoeld om de verhoudingen te laten zien. Jouw uitkomst hangt af van je vermogen, het aantal kinderen, de leeftijd van je partner en hoeveel jaar er tussen de twee overlijdens zit.
Het fiscale uitgangspunt is getoetst door notaris mr. Bart Lever. De kindvrijstelling geldt één keer per overlijden, dus over het bezwaarde deel komt er bij het tweede overlijden géén tweede vrijstelling bij. De tariefschijf telt wél opnieuw: elke verkrijging heeft een eigen schijf van 10 procent. Daar komt het voordeel van de tweetrapsclausule vandaan. Laat het bij de afwikkeling altijd narekenen.
Wat de tweetrapsclausule nog meer doet
Tot nu toe ging het over belasting. Maar de tweetrapsclausule is niet alleen een fiscale knop: het is ook een vangnet voor het bedrag dat je partner via het legaat naar zich toe haalt.
Het mechanisme is dit. Je partner krijgt dat bedrag als bezwaarde: degene die het geld tijdens zijn of haar leven mag gebruiken, maar het niet houdt. De kinderen zijn de verwachters — zij krijgen wat er over is. In je akte staan die twee woorden letterlijk, en je ziet er dus aan wie wat krijgt.
Dat recht van je partner geldt onder een ontbindende voorwaarde. Gaat een van de volgende gevallen in vervulling, dan eindigt het en schuift het bedrag door naar de kinderen:
- Je partner overlijdt. Het normale moment; wat over is gaat naar de kinderen.
- Faillissement, uitstel van betaling of schuldsanering bij je partner.
- Je partner doet zelf afstand van het bezwaarde vermogen.
- Je partner wordt onder curatele gesteld.
- De goederen van je partner komen onder bewind én je partner wordt permanent opgenomen in een verpleeg- of verzorgingstehuis.
- Je partner moet een eigen bijdrage betalen of krijgt te maken met een vermogenstoets voor een voorziening van overheidswege, en het gelegateerde bedrag zou die bijdrage verhogen.
- Je partner doet een beroep op de Participatiewet of een vergelijkbare regeling.
- Je partner hertrouwt of gaat een geregistreerd partnerschap aan, tenzij er huwelijkse voorwaarden worden gemaakt én in stand gehouden waarbij elke gemeenschap en verrekening is uitgesloten.
- Je partner sluit een samenlevingscontract met een verrekenbeding over vermogen.
Lees die lijst nog eens. Nummer zes gaat over de zorgkosten: komt je partner in een situatie waarin het vermogen meetelt voor de eigen bijdrage, dan verdwijnt het gelegateerde bedrag uit dat vermogen en gaat het naar de kinderen. Nummer acht gaat over hertrouwen: trouwt je partner opnieuw zonder dat het vermogen wordt uitgesloten, dan deelt de nieuwe partner niet mee in dit bedrag.
Staat er twee keer iets met "tweetraps" in je testament?
Goed mogelijk, en dan zijn het twee verschillende bepalingen. Nu je weet wat een bezwaarde is, zie je het verschil meteen aan de kop in je akte:
- Tweetrapsclausule — staat onder "Aanvullend legaat partner". De bezwaarde is je partner. Dát is waar dit artikel over gaat.
- Tweetrapsmaking — een eigen hoofdstuk, met "de bezwaarde is ieder van mijn kinderen". Die gaat niet over je partner maar over het erfdeel van je kinderen, en beschermt dat tegen een ex of de schoonfamilie.
Staan ze er allebei in, dan is dat geen dubbeling: ze beschermen verschillend geld op verschillende momenten. Alles wat je hierboven hebt gelezen gaat over de eerste.
Meer informatie vind je hier: op de pagina over de tweetrapsclausule staat wat je partner wél en niet met het bezwaarde bedrag mag doen, en wordt het verschil met de tweetrapsmaking verder uitgewerkt.
Dat is dus het antwoord op de vraag die veel mensen bij een opvullegaat stellen: "en als mijn partner hertrouwt, gaat mijn geld dan naar die nieuwe partner?" Met alleen een opvullegaat is dat een reëel risico. Met de tweetrapsclausule erop is het afgedekt.
Waarom we deze onderdelen nooit los bekijken
Een opvullegaat op zichzelf is geen besparing. Dat is het punt waar veel uitleg over dit onderwerp de mist in gaat, ook op andere websites.
Kijk nog eens naar de tabel. Het opvullegaat alleen, zonder rente en zonder tweetrapsclausule, kost in dit voorbeeld € 39.685 — meer dan wanneer je het legaat helemaal niet aanvaardt. Het verschuift de belasting van het eerste naar het tweede overlijden en concentreert alles in één verkrijging, waardoor er geld in de hoogste schijf valt. Pas in combinatie met de renteclausule en de tweetrapsclausule valt het gunstig uit. En zonder die tweetrapsclausule mist je bovendien de bescherming bij hertrouwen en zorgkosten.
Daarom beoordelen wij bij elk dossier de combinatie, niet de onderdelen. Welk vertrekpunt bij de erfdelen, welk legaat, welke rente en wel of geen tweetrapsclausule: die vier beslissingen horen bij elkaar. Wordt een onderdeel bewust weggelaten, dan moet die keuze worden gemotiveerd voordat het dossier door de controle komt.
Wat zijn de nadelen?
Die zijn er, en ze staan hier omdat je ze beter nu kunt lezen dan dat je partner er later tegenaan loopt. Geen van de vier is een reden om de bepalingen eruit te laten, maar ze vragen wel iets.
- Er moet worden bijgehouden wat er met het bezwaarde deel gebeurt. Je partner houdt een boedelbeschrijving bij: wat is ontvangen, wat is uitgegeven, wat is er nog over. Bij het tweede overlijden moet namelijk blijken wat er van dat potje over is. Op hogere leeftijd is dat een reële belasting, en het is de reden dat we erop aandringen het vanaf het begin bij te houden in plaats van achteraf te reconstrueren.
- Je partner kan niet vrij schenken uit het bezwaarde deel. Dat vermogen is gereserveerd voor de kinderen. Schenken uit het eigen potje kan gewoon, uit het bezwaarde potje niet zomaar. Wil je partner later grote schenkingen doen, dan is het goed om dat vooraf met de notaris door te nemen.
- Er moet bij het tweede overlijden twee keer aangifte worden gedaan. Eén aangifte over de nalatenschap van je partner en één over het bezwaarde deel, dat als verkrijging van jou wordt belast. Dat is meer werk voor de kinderen en het is de keerzijde van het voordeel: twee verkrijgingen betekent twee keer de onderste tariefschijf, maar ook twee aangiftes.
- Het is een samengestelde regeling. Drie bepalingen die op elkaar ingrijpen, met een keuze die pas jaren later wordt gemaakt. Dat is precies waarom het bij de afwikkeling moet worden doorgerekend en niet op gevoel moet worden ingevuld.
Waarom je nu nog niet hoeft te kiezen
De beste stand van de knoppen is vandaag simpelweg niet te bepalen. Hij hangt af van hoe oud je partner is als jij overlijdt, hoeveel vermogen er dan is, of het huis in waarde is gestegen, hoeveel contant geld er beschikbaar is en welke vrijstellingen er dan gelden.
Je testament legt daarom niet de uitkomst vast, maar de speelruimte. Dat is ook de reden dat we het een flexibel testament noemen. Je partner maakt de keuze binnen de aangiftetermijn voor de erfbelasting, die voor overlijdens vanaf 2026 is verruimd naar twintig maanden. Begin wel op tijd: er moet ook een boedelbeschrijving worden opgemaakt en de waarde van het huis en andere bezittingen moet worden vastgesteld.
Tot slot
Die ene procent in je testament is geen vergissing en ook geen benadeling van je partner. Het is het vertrekpunt van een regeling die je partner na jouw overlijden zelf kan bijstellen, met informatie die vandaag nog niet bestaat.
Wat je nu vastlegt, is dat die ruimte er is: het opvullegaat, de renteclausule en de tweetrapsclausule. Zonder die bepalingen staat de verdeling vast, valt er later niets meer te optimaliseren, en ontbreekt de bescherming bij hertrouwen en zorgkosten.
Wil je weten welke van deze drie in jouw testament staan? Kijk in je akte onder "Aanvullend legaat partner" en in het hoofdstuk over de wettelijke verdeling, of bel je adviseur en loop het samen door.